Ford Ka+: Extra voedingsaansluitingen

Ford Ka+ | Ford Ka+ III (B562) Instructieboekje | Extra voedingsaansluitingen

Extra voedingsaansluitingen

12 volt stopcontact

WAARSCHUWING

Sluit geen extra elektrische accessoires aan op de aansluitbus van de sigarettenaansteker. Verkeerd gebruik van de aansteker kan schade veroorzaken die niet door de voertuiggarantie wordt gedekt en tot brand of ernstig letsel leiden.

Verkeerd gebruik van de stopcontacten kan schade veroorzaken die niet door de voertuiggarantie wordt gedekt en tot brand of ernstig letsel leiden.
N.B.: Als het contact aanstaat, kunt u het stopcontact gebruiken voor 12 volt apparaten met een maximale stroomsterkte van 15 A.Als de voedingsspanning niet werkt nadat u het contact hebt uitgezet, zet u het contact aan.

N.B.: Steek niets anders in het stopcontact dan de stekker van een accessoire. Doet u dit wel, dan wordt de uitgang beschadigd en brandt de zekering door.

N.B.: Hang geen accessoire aan de accessoireplug.

N.B.: Gebruik het voedingspunt niet boven het vermogen van uw auto van 12 volt gelijkstroom 180 watt, omdat anders een zekering kan doorbranden.

N.B.: Gebruik geen stopcontact om een aansteker aan te steken.

N.B.: Houd de voedingspuntdoppen altijd gesloten wanneer het voedingspunt niet wordt gebruikt.

Zorg dat de auto aan staat voor volledige capaciteit van het voedingspunt.

Voorkomen dat de accu leegraakt:

Plaats

Voedingspunten kunnen op de volgende locaties zijn aangebracht:

MEER SOORTGELIJK:

 Ford Ka+. Aanvullend veiligheidssysteem

Het aanvullend veiligheidssysteem in uw Ford Ka is ontworpen om de bescherming van inzittenden te vergroten en de kans op letsel bij een ongeval te verkleinen. Dit systeem werkt samen met de standaardveiligheidsvoorzieningen zoals airbags en veiligheidsgordels om extra ondersteuning te bieden in kri

 Ford Ka+. De motorkap openen en sluiten

Motorkap openen Trek aan de ontgrendelhendel. Verplaats de vergrendelnok naar links. Open de motorkap en ondersteun deze met de motorkapsteun. Motorkap sluiten Verwijder de motorkapsteun van de vergrendelnok en zet deze na gebruik weer correct vast. Breng de motorkap omlaag